Pamflet inzake de sleepwet

Dani Ploeger, 19/3/2018

 

Beste buren!

Op woensdag 21 maart vindt het referendum plaats over de ‘Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2017’, de zogenaamde ‘Sleepwet’. Deze wet zal de Nederlandse veiligheidsdiensten legitimeren een digitale infrastructuur verder te ontwikkelen die elektronische massa-surveillance mogelijk maakt. Data van grote groepen internetgebruikers zullen kunnen worden onderschept, opgeslagen, geëvalueerd en aan buitenlandse veiligheidsdiensten doorgegeven. Het belangrijkste argument dat voor deze nieuwe wet wordt gegeven is het bestrijden van terroristische aanslagen. In de alledaagse, directe bestrijding van specifieke terroristische dreigingen zal deze wet ook ongetwijfeld wat praktische voordelen bieden. Echter, om vast te stellen wat de bredere implicaties van de nieuwe wetgeving zullen zijn dienen we verder te kijken dan deze eerste indruk. Wanneer we gewelddadig terrorisme als een symptoom betrachten van een dieper geworteld probleem in onze samenleving, wat is de aard van dit probleem? En hoe verhouden door de staat georkestreerde massa-surveillance maatregelen zoals voorzien in de sleepwet zich tot deze onderliggende problematiek?

Hoewel terroristische aanslagen met een rechtse ideologische motivatie in de afgelopen decennia ook een groot aantal dodelijke slachtoffers hebben geëist in Europa (denk aan Anders Breivik in Noorwegen, of de National Sozialistische Untergrund (NSU) in Duitsland), is het publieke debat in Nederland vrijwel uitsluitend gericht op een dreiging van aanslagen die in verband worden gebracht met moslimfundamentalisme. Ook discussies over de sleepwet worden in de meeste gevallen in deze context gevoerd.

Om inzicht in deze discussies te krijgen moeten we beginnen bij de meest basale vraag: Wat motiveerde de daders? Op het eerste gezicht lijkt het antwoord voor de hand liggend: religieus extremisme. Betrachten we echter de rol van religie in de biografieën van de terroristen in het recente verleden van Frankrijk, België en Duitsland, dan wordt snel duidelijk dat het merendeel niet uitblonk door een bijzonder vroom bestaan. In de meeste gevallen vond religieuze radicalisering pas plaats in een relatief korte periode voor de aanslagen. Het grootste gedeelte van hun leven daarvoor leidden de meesten eerder een seculier bestaan, getekend door kleine criminaliteit, drugshandel en –gebruik, drank, gewapende overvallen, enzovoorts (1). Een veel duidelijker gemeenschappelijke eigenschap is dan ook dat de daders vrijwel zonder uitzondering een existentie hadden aan de rand van de maatschappij. Weinig opleiding, zwakke positie op de arbeidsmarkt, leven in achterstandswijken, nauwelijks vooruitzichten op sociale mobiliteit en, in het verlengde van dit alles, weinig kansen om deel te nemen aan de alom gepropageerde droomwereld van hyper-consumptie.

De Sloveense filosoof Slavoj Žižek analyseert geweld aan de hand van twee categorieën: subjectief en objectief (2). Subjectief geweld betreft vormen van geweld die we gewoonlijk ook direct als zodanig waarnemen, lichamelijk geweld, terroristische aanslagen. Objectief geweld wordt echter meestal niet als zodanig herkend. Dit is namelijk een vast onderdeel van onze alledag, van dat wat ‘normaal’ wordt geacht. Processen van systematische discriminatie, sociale en economische uitsluiting door een groeiende kloof tussen arm en rijk zijn vormen van geweld die inherent zijn aan de politieke orde die op dit moment dominant is in het grootste gedeelte van Europa. Betracht vanuit dit perspectief wordt duidelijk dat uitingen van subjectief geweld die op het eerste gezicht vrijwel uit het niets, als gedreven door een mysterieuze externe kracht, in de samenleving lijken te onstaan in veel gevallen hun daadwerkelijke oorsprong hebben als een reactie op vormen van objectief geweld.

Bekijken we de biografieën van hedendaagse Europese terroristen dan biedt deze verklaring ook inzicht. Hoewel het subjectieve geweld dat zij uitoefenen wordt begeleid door fundamentalistisch religieuze parolen, vertelt een korte blik op hun biografie in veel gevallen een ander verhaal. Religieus fundamentalisme mag dan als direct argument door de protagonisten worden gebruikt, een consistentere verklaring is echter dat de onderliggende motivatie – datgene wat gewelddadige religieuze stromingen in de eerste instantie voor deze mensen attractief maakt – in verband staat met het systeem van objectief geweld waarin zij zich reeds veel langer bevinden. De oorsprong van het probleem van hedendaags terrorisme in Europa dient daarom niet in de eerste plaats in de religieuze hoek te worden gezocht, maar in de principiële ordening van de consumptiemaatschappijen waarbinnen deze erupties van geweld plaatsvinden.

Wanneer we nu terugkeren naar het vraagstuk van de sleepwet met betrekking tot haar vermeende doelstellingen en de overheidsorganen die de wet betreft, wordt duidelijk dat het – op zijn best – slechts een lapmiddel is. Het biedt wat directe voordelen in symptoombestrijding, maar geen structurele oplossingen om de oorsprong van het terrorismevraagstuk aan te pakken. Integendeel, de overheidsdiensten waarop de wet zich betrekt zijn in grote mate juist met het onderliggende probleem verstrengeld en vormen een wezenlijk onderdeel van de cultuur van objectief geweld waarbinnen uitbarstingen van subjectief geweld plaatsvinden. Een blik op de zelfbeschrijving van de AIVD geeft inzicht: ‘Het is de taak van de AIVD om dreigingen […] die grote gevolgen kunnen hebben voor de belangen van de Nederlandse staat, als eerste te onderkennen en te duiden.’ (3) De interesse van de AIVD is dus niet in de eerste plaats het beschermen van mensen tegen geweld en andere dreigingen, maar het beschermen van ‘de belangen van de Nederlandse staat’. Soms vallen deze zaken samen, zoals in de symptoombestrijding van religieus gemotiveerd terrorisme, wat dan ook als voornaamste argument aangedragen wordt om burgers te overtuigen van de noodzakelijkheid van grotere bevoegdheden voor de dienst. Echter, een blik op de bredere politieke ontwikkelingen van de afgelopen decennia laat zien dat de ‘belangen van de Nederlandse staat’ ook in sterke mate verstrengeld zijn met de systematische afbraak van de sociale zekerheid, gezondheidszorg, betaalbaar onderwijs, en het daarvoor in de plaats stellen van een geliberaliseerd economisch stelsel van belastingkortingen voor multinationals en allerhande lastenverlagingen voor een beperkte financiële elite in het land. Dit zijn geen belangen die de meerderheid van de bevolking ten goede komen, en betreffen juist die elementen die in Žižeks concept van objectief geweld een prominente rol spelen. In deze zin is de sleepwet een methode om de macht te vergroten van staatsorganen die in de eerste instantie zijn gericht op het behoud van een systeem dat objectief geweld bevordert. Het argument dat de wet vooral noodzakelijk zou zijn voor de veiligheidsdiensten om terrorisme te bestrijden is daarom pervers: Dit betreft de bestrijding van een symptoom dat in wezenlijke zin zijn oorsprong heeft in het systeem dat deze diensten zelf beschermen en bevorderen.

En zo komt de spreekwoordelijke aap uit de mouw. Een veel ingrijpender gevolg van de sleepwet dan het bevorderen van terrorismebestrijding is dat de veiligheidsdiensten vooral ook meer mogelijkheden zullen hebben om andere, meer fundamentele zaken die de ‘belangen van de Nederlandse staat’ kunnen schaden aan te pakken. Het vereenvoudigt het bespioneren van mensen die de gevestigde orde van het land wensen te ondermijnen, en bevordert de bestrijding van georganiseerd verzet tegen de principes van objectief geweld die aan het huidige systeem ten grondslag liggen. Het betreft ook het bij voorbaat verhinderen van mogelijkheden om een brede opstand te organiseren tegen een machtselite, voor het geval dat vroeger of later de huidige ontwikkelingen naar steeds grotere sociale ongelijkheid voor grote delen van de samenleving volledig ondragelijk worden.

Klinkt dit ver gezocht en onwaarschijnlijk voor een (vooralsnog) relatief vrij land als Nederland? Een blik op recente ontwikkelingen in het handelen van de binnenlandse veiligheidsdiensten en overheden in de Verenigde Staten – nog altijd één van Nederlands belangrijkste politieke bondgenoten – laat zien dat zogenaamd democratische instanties in de ‘westerse wereld’ snel kunnen besluiten tot het gebruik van digitale surveillance methodes om bovengenoemde redenen. De Amerikaanse regering, binnenlandse veiligheidsdienst en het ministerie van justitie probeerden ten tijde van Trumps inauguratie grote hoeveelheden persoonsgegevens te verzamelen van mensen die zich online kritisch over Trump hadden geuit (4). Surveillance infrastructuren zoals voorzien in de sleepwet zullen dit soort initiatieven (die in de VS in dit geval op basis van wetgeving grotendeels mislukten) sterk vereenvoudigen en hun acceptatie als alledaagse overheidspraktijk een grote stap dichterbij brengen.

Dus, alstublieft, stem op woensdag tegen de sleepwet!

 

Dani Ploeger /  d_ploeger@hotmail.com  /  www.daniploeger.org

 

 

(1) ‘80 procent terroristen heeft criminele achtergrond’, http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.2610063

(2) Slavoj Žižek, 2008. Violence: Six sideways reflexions. London: Profile Books.

(3) https://www.aivd.nl/onderwerpen/het-werk-van-de-aivd

(4) https://www.trouw.nl/home/amerikaanse-overheid-wil-weten-wie-anti-trumpwebsite-hebben-bezocht~aef8413d/